september 2012

woensdag 7 november 2012

32% externe kosten gerelateerd aan klimaatverandering

Totale externe kosten per kostencategorie 
In 2008 bedroegen de totale externe kosten veroorzaakt door de Nederlandse verkeerssector circa 21 miljard euro. Dit bedrag kan worden onderverdeeld in verschillende categorieën. Zoals in Figuur 1 is te zien vormen in Nederland ongevallen de grootste kostencategorie, gevolgd door klimaatverandering en luchtverontreiniging. Opvallend is dat ook de categorie emissies bij brandstof- en elektriciteitsproductie met 12% vrij groot is. De kosten van de aanleg van infrastructuur en congestie zijn niet weergegeven. De reden dat congestie niet is opgenomen is het feit dat deze kosten al (grotendeels) door de verkeersdeelnemers gedragen worden. Het gaat hierbij om de economische effecten van congestie. De kosten gerelateerd aan de effecten van congestie op luchtverontreiniging en klimaatverandering worden bij deze onderdelen zelf al meegenomen, hoewel deze kosten verwaarloosbaar zijn.

De verkeerssector kent niet alleen externe kosten, maar brengt ook baten met zich mee. Zo zorgt de verkeerssector voor negatieve gezondheidseffecten als gevolg van luchtverontreiniging. Aan de andere kant kan verkeer per fiets (of lopen) gezondheidsbaten opleveren. De extra beweging kan zorgen voor het aanpakken van het obesitasprobleem. In onderstaande figuur zijn echter alleen de kosten weergegeven en niet de baten.


Figuur 1 Externe kosten verkeerssector Nederland (2008) per kostencategorie (in miljard euro en %)

De categorie stedelijke effecten staat voor de effecten als gevolg van versnippering van de stad. Een voorbeeld zijn voetgangers, die bij een verkeerslicht moeten wachten op het gemotoriseerd verkeer, terwijl ze daar eerder gewoon door konden lopen.

Niet alle vervoerwijzen dragen even veel bij aan de hoogte van de diverse kosten. Personenauto’s zijn verantwoordelijk voor 55% van alle externe kosten van de verkeerssector in Nederland, gevolgd door vrachtwagens (17%) en bestelauto’s (12%). De vervoerwijzen bus en spoor (personen & goederen) zijn slechts verantwoordelijk voor respectievelijk 2% en 1%. De emissies van elektriciteitsopwekking zijn hierbij meegenomen. Dit is overigens exclusief tram en metro. En exclusief lopen en fietsen: deze modaliteiten kennen nauwelijks externe kosten.

Figuur 2 Externe kosten verkeerssector Nederland (2008) per vervoerwijze (in miljard euro en %)

Nederland ten opzichte van andere Europese lidstaten 
Zoals te zien is in Figuur 3 liggen de externe kosten per inwoner in Nederland iets boven het Europees gemiddelde (het betreft hier data voor 2008). Bij zowel het vrachtvervoer over de weg als de binnenvaart ligt het Nederlandse bedrag ruim boven het gemiddelde. In Luxemburg zijn de totale externe kosten per inwoner het hoogst waar in Roemenië de externe kosten per inwoner juist het laagst zijn. De verschillen tussen de Europese lidstaten zijn te verklaren door factoren als BBP per inwoner, de samenstelling van het wagenpark en de bevolkingsdichtheid. Het BBP per inwoner is van invloed op de kosten per inwoners, omdat hogere inkomensniveaus leiden tot een hogere waardering voor (het voorkomen van) de negatieve effecten van verkeer. De gehanteerde schaduwprijzen zijn daarom gecorrigeerd voor verschillen in BBP tussen de verschillende lidstaten.

Figuur 3 Overzicht gemiddelde externe kosten per inwoner voor EU27 ( gemiddelde alle landen = 100)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen